Over Carien Ji
´Diep vanbinnen droeg ze een ongekende liefde. Een liefde zo groot dat ze niet in woorden te vangen is. Ze had zoveel liefde te geven, maar het bereikte de mensen niet. Het ketste terug, alsof haar hart overstroomde en de wereld het niet kon ontvangen.´
Carien Ji’s gevoel voor het onzichtbare was er al van jongs af aan. Als kind wist ze dat er meer was dan wat met het blote oog te zien is. Haar oma merkte het en zei vaak: “Die meid is veel wijzer dan ze lijkt.” Carien droeg veel in stilte, maar er kwamen altijd mensen op haar pad die genoeg liefde brachten om haar te steunen.
Later trouwde Carien Ji, op zoek naar een warme en stabiele bedding. In relaties zocht ze verbinding en heling. Ze gaf veel, maar vond niet altijd de ruimte om zichzelf helemaal te laten zien. Toch bleef haar hart open, vol verlangen naar echte verbinding en naar een plek waar ze volledig zichzelf kon zijn.
Ze bouwde een praktijk op die uitgroeide van kleine groepen tot een drukbezochte plek. Maar op een dag voelde ze dat dit niet meer haar weg was. Ze liet alles los, ook haar bloeiende praktijk, niet uit afwijzing maar vanuit een verlangen naar echtheid. Niet succes, maar waarheid werd haar richting. Haar weg gaat om herinneren wie je werkelijk bent. Om thuiskomen in jezelf, los van verwachtingen en rollen.
Jaren van verstilling volgden. Een scheiding. Een emigratie. Veel alleen zijn. En toch voelde ze: dit moest zo zijn.

In Spanje opende Carien Ji haar tuin als een plek van liefde en een veilige haven om te verblijven. Vier jaar lang woonden er mensen in die bedding. Het was een periode waarin harten werden aangeraakt en tegelijk ook veel verborgen lagen omhoogkwamen. In de nabijheid van liefde en helderheid werden oude patronen zichtbaar: gemakzucht, projecties, weerstand, pijn.
Veel van deze schaduwkanten konden niet worden aangenomen. Er was vaak geen bereidheid om ze werkelijk onder ogen te komen. In plaats daarvan werden ze geprojecteerd op Carien Ji. Toch bleef zij steeds weer terugbrengen naar het hart. Steeds weer verbinden, steeds weer openen. Voor een moment werd het licht voelbaar, maar vaak keerde dezelfde zwaarte terug.
Dit vroeg veel van haar kracht en toewijding. Tegelijk bracht het diepe helderheid: de liefde kan alles aanraken en zichtbaar maken, maar de werkelijke omkering kan alleen plaatsvinden wanneer er bereidheid is om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het hart.
Zo liet deze tijd zien dat iedereen welkom is, maar dat in haar nabijheid alles naar boven komt. Zowel licht als schaduw. En dat werkelijk ontvangen vraagt om innerlijke openheid en de moed om de eigen lagen te zien.
Jaren geleden zei een leraar tegen haar: “Jij hebt iets wat je van de hemel naar de aarde moet brengen.” Daarvoor moest ze rijpen, groeien. Maar het verlangen naar echte spirituele kennis werd steeds sterker. Niet in woorden of theorieën, maar in ervaring. In verbinding. In stilte. In diepte. Een hele lange tijd zocht ze een Guru die voorbij de lagen van illusie kon wijzen, verder dan woorden, rituelen en oppervlakken. Een Guru die werkelijk tot in de diepte reikt, niets toedekt, niets aanneemt wat niet echt is. Geen oppervlakkigheid, maar waarheid die door alle lagen heen breekt. Controversieel voor wie vast wil houden, bevrijdend voor wie durft los te laten.
Carien Ji droeg al een helder bewustzijn, en juist daardoor kon dit bewustzijn zich verder openen, verder verdiepen, door de dimensies heen. Het pad was intens, vaak eenzaam, vol vragen en verlangen. Steeds opnieuw groeide het besef: de ware gids was er nog niet.
Tijdens deze zoektocht werden diepe ervaringen tastbaar. Ontmoetingen met hogere energieën zoals Lord Morgan, Lord Shiva en Shakti raakten haar op een manier die geen abstractie kon omvatten. Door hen brak ze door de lagen van ego, angst en illusie heen. Het pad was pijnlijk, een voortdurende confrontatie met verlies, teleurstelling en oud leed. En toch bood het ruimte: voor devotie, eerlijkheid en innerlijke groei. Ze leerde volledig open te gaan, te breken, en steeds weer op te staan. Sterker, zuiverder, levendiger dan tevoren.

Na een jarenlange zoektocht kwam Guru Ji in haar leven. Zijn aanwezigheid was onmiddellijk voelbaar: rustig, helder, allesomvattend, en tegelijk onpeilbaar. Hij was een Agori uit de Himalaya, helemaal niet bekend, zijn pad verborgen voor het grote publiek. Toegang tot zijn nabijheid vroeg zware tests. Alleen wie er werkelijk klaar voor was, kon stappen zetten. Carien Ji werd door iets groters geleid, langs een pad dat haar hart en ziel voorbereidde, tot zij hem ontmoette. Geen pamper, geen zalvende woorden. Een warrior met een groot hart en enorme helderheid, die alle uithoeken van het universum kent en tegelijk altijd leert. Voor het eerst voelde ze zich veilig om volledig te zijn, en ontdekte dat echte vrijheid ontstaat wanneer alle beschermingen losgelaten worden, wanneer zachtheid geen bescherming meer nodig heeft. Hij bracht diepe kennis, een wegwijzer naar het hart van haar eigen zijn. Ze leerde zichzelf te zijn in elke laag van zichzelf: volledig aanwezig, volledig open, volledig levend. Het was een bevrijding, een doorbraak die haar leven voorgoed transformeerde.
Voor Carien Ji is God geen concept, geen religie, maar een levende werkelijkheid. Een stille kracht die alles doordringt, alles verbindt, alles omhult. Haar pad gaat over het loslaten van wat mooi lijkt maar leeg voelt. Over het zien van het grotere geheel. Over leven vanuit het hart. Zacht, volledig, vrij.